







September 2008
Net voor de zomervakantie werd bekend dat Tilburg een B-League team gaat huisvesten. De gemeente Tilburg stelt eenmalig € 75.000 ter beschikking, onder 3 voorwaarden: (i) het team moet de competitie ingaan met 'Tilburg' in de naam, (ii) het team gaat spelen in de nieuwe sporthal T2 op Stappegoor, en (iii) de Tilburgse volleybalvereniging moeten het initiatief steunen. En zo werd de Stichting Topvolleyal Tilburg geboren en gaat het team onder de naam STV Tilburg/P de B-league in, mét steun van de Tilburgse volleybalverenigingen.
Maar vooralsnog lijkt het erop dat die steun van de verenigingen beperkt blijft tot bestuurlijke steun. Het blijkt erg moeilijk te zijn om vrijwilligers te vinden die het initiatief niet alleen in woorden, maar ook in daden willen ondersteunen. Dat is erg jammer, maar roept ook de vraag op hoe dit komt. De reacties op de verschillende gastenboeken zijn erg wisselend en soms ronduit cynisch en zuur. Sommige van die reacties vind ik kortzichtig en dom. Maar goed, je kunt natuurlijk ook niet van iedereen verwachten dat ze de ontwikkelingen in het volleybal van de laatste 30 jaar hebben gevolgd. Als je dat doet, dan kom je namelijk snel tot een veel positievere mening over dit initiatief.
Vandaar dat ik hierbij probeer die achtergrond te schetsen. Vervolgens zal ik reageren op de opmerkingen uit de verschillende gastenboeken. Ik heb die namelijk van de laatste 3 maanden teruggelezen en de verschillende opmerkingen kun je vrij gemakkelijk samenvatten.
Het volleyballen zit in een dalende lijn, Als je de cijfers vanaf 1980 bekijkt, dan zie je in het begin een lichte stijging met een piek rond eind jaren 80. Vervolgens zet er een daling in, zowel in het aantal leden als in het aantal verenigingen. In 10 jaar tijd heeft de NeVoBo ongeveer een derde van het aantal leden verloren. De redenen van deze daling zijn erg ingewikkeld, maar volgens mij wil iedereen die het volleybal een warm hart toedraagt graag zien dat die daling een halt toegeroepen wordt. Als je niets doet, dan wordt het alleen maar minder. De vraag is natuurlijk hoe je dat moet doen. Er zijn grofweg 2 methoden die in het verleden zijn gebruikt: 'bottom-up' en 'top-down'.
Bij de bottom-up benadering wordt geprobeerd de sport van onderen uit te stimuleren. Als je de verenigingen stimuleert zodat zij gezond worden en blijven, dan volgt de rest vanzelf, inclusief topsport. Want topsport moet uit de verenigingen voortkomen. Een mooi voorbeeld van de bottom-up benadering is het circulatie-mini-volleybal (CMV). Begin onderaan, bij de allerjongst jeugd, en de rest volgt vanzelf. En inderdaad, sinds enkele jaren is de ledendaling bij de mini's omgebogen naar een ledenstijging, ofschoon de seniorenaantallen nog steeds dalen. De volgende groep die volgens deze benadering extra stimulans nodig heeft, is mijns insziens de middelbare schoolleeftijd. Binnenkort voer ik hierover overleg met de gemeente Tilburg, die haar steun al heeft toegezegd. Hierover later meer.
Bij de top-down benadering wordt topsport gestimuleerd, met de gedachte dat successen 'naar onderen toe' doorsijpelen en dat de verenigingen vanzelf mee omhoog getrokken worden. Het B-league initiatief is een mooi voorbeeld van de top-down benadering. Het is zeker in de regio erg lang geleden dat er volleybal op het hoogste niveau te beleven was. Heel vreemd eigenlijk voor zo'n dichtbevolke provincie die er wel in slaagt om het leeuwendeel van de Olympische medailles voor haar rekening te nemen! Het huidige initiatief brengt topvolleybal weer een stuk dichterbij en de verenigingen kunnen hierbij aanhaken door naar dit nivreau toe te groeien (en dan uit te groeien).
Het probleem met deze twee benaderingen is dat niemand precies weet wat nu het beste werkt. Er wordt heel wat afgeroepen in sportland, maar er is schrikbarend weinig echte onderbouwing. Dus wat te doen? Mijn insteek is: laten we dan maar beide benaderingen volgen. Nu kregen we de kans om een top-down initiatief te steunen dus volgens mij moeten we dat gewoon doen. Daarnaast moeten de verenigingen dan natuurlijk niet vergeten samen te werken om ook bottom-up initiatieven te ontplooien, en dat gebeurt dan ook (zie boven).
De belangrijkste opmerkingen op de gastenboeken laten zich gemakkelijk groeperen.
Opmerking: De gemeente moet geen topsport stimuleren maar breedtesport. Deze investering biedt geen enkele
garantie voor duurzame ontwikkeling van het volleybal. Dit initiatief houdt maar kort stand.
Reactie: Inderdaad, stimuleer zowel top-down als bottom-up
(zie boven). Ik had dan ook graag gezien dat de gemeente een zelfde bedrag
had uitgetrokken voor de verenigingen. Van de andere kant is het lang geleden dat
de gemeente een dergelijk bedrag ter beschikking heeft gesteld voor het volleybal. Wat gebeurt er als
wij daar niets mee doen en over een paar jaar aankloppen met andere plannen die
vanuit de verenigingen zelf komen? Zullen zij dan nog bereid zijn om te investeren?
En moet je eigenlijk een top-down investering alleen ondersteunen als er meteen ook een bottom-up initiatief
tegenover staat? Volgens mij niet. Ik zou zeggen: meedoen met dit initiatief en tegelijkertijd
pro-actief ervoor zorgen dat er ook meer aandacht en geld komt voor bottom-up
initiatieven. Garanties zijn er uiteraard niet te geven, behalve dan één:
als je niets doet dan weet je zeker wat er gebeurt. Of het initatief lang
stand houdt zullen we zien, maar dat nu al roepen is een self-fulfilling
prophecy.
Opmerking: De verenigingen hebben er niets aan. Wij moeten alleen de vrijwilligers leveren. Die vrijwilligers zijn
hard nodig voor de eigen vereniging.
Reactie: Ik vind inderdaad dat de Tilburgse volleybalverenigingen
eerst moeten zorgen dat de eigen vereniging op orde is. Zonder sterke verenigingen
kun je ook niet aan een gezonde toekomst werken, dat is duidelijk. Volgens
mij zijn de Tilburgse verenigingen overigens redelijk op orde op dit moment,
wat natuurlijk niet wegneemt dat we altijd meer vrijwilligers kunnen gebruiken.
Maar in een stad als Tilburg waar meer dan 1000 mensen volleyballen, moet
het toch mogelijk zijn om een beperkte groep vrijwilligers voor dit initiatief
op de been te brengen? En die vrijwilligers stellen zich dan misschien niet
direct beschikbaar aan de eigen vereniging, maar indirect wel degelijk. Zij
stellen het de verenigingen mede in staat om zich verder te ontwikkelen, om
iets te doen aan de doorstroming van de jeugd en het behoud van talentvolle
jeugd voor de regio, om de vereniging ook in de breedte te doen groeien, om
meer publiciteit voor het volleybal te genereren en om bij te dragen aan de
volleybalsfeer die we allemaal zo leuk vinden. Zij zetten zich in voor de
ontwikkeling van het volleybal voor de langere termijn dus. En daar hebben
de verenigingen niets aan?
Opmerking: Het is allemaal achterkamertjespolitiek. De wethouder wil gewoon de nieuwe hal gevuld hebben. Het B-league team
is een speeltje van de wethouder en van de voorzitters. Het samenwerkingsverband tussen de Tilburgse clubs is los zand.
Reactie: Ik kan niet zoveel met de politiek. En ik heb er al helemaal geen controle over. Ik ben een eenvoudige volleybalbestuurder.
Het zal me eerlijk gezegd worst wezen wat de redenen van de wethouder zijn of wat er zich allemaal rondom Stappegoor afspeelt. Feit is
dat er hier een kans ligt om het volleybal te stimuleren. Laten we die voorbij gaan of doen we er iets mee? Daar hebben wij wel degelijk
controle over en gezien het bovenstaande moge het duidelijk zijn dat ik vind dat we er iets mee moeten doen. En wat betreft 'speeltje' en 'los zand':
Get a life!
Samengevat: ik vind dat de Tilburgse volleybalverenigingen dit initiatief moeten steunen, in woord en daad. Het is een goede mogelijkheid om volleybal te stimuleren, maar niet de enige mogelijkheid. Er zullen daanaast andere initiatieven ontplooid moeten worden om onze sport op termijn te ontwikkelen, of om in ieder geval de terugval te stoppen. Die initiatieven zijn inmiddels ook in gang gezet en daarover schrijf ik graag een andere keer. Het is aan ons (verenigingen) om met dit initiatief iets te doen of niet.
Geert van Boxtel