







Wie de Nederlandse literatuur een beetje volgt, zal daarin met grote regelmaat sporters en sporten tegenkomen. Er wordt bij voorbeeld literair geschreven over voetbal, denk aan het geheel aan voetbal gewijde literaire tijdschrift Hard Gras, en een heel aardig lang verhaal als “De ontdekking van de wereld”, van Ronald Giphart (opgenomen in de verhalenbundel “Het Feest der Liefde” (1995). Over het nobele wielrennen zijn ook vele literair verantwoorde werken geschreven, onder ander van de hand van Tim Krabbé. Logisch, zou men kunnen zeggen, dat zijn immers sporten met heroïek die een zeer groot publiek in vervoering brengen. Maar geldt dat ook voor schaken, een andere sport die men in literaire werken veel kan terugvinden? Niet alleen in de moderne literatuur (denk aan “De Koning. Schaakstukken” van J.H. Donner (1987)! Wat te denken van een werkelijk lezenswaardige middeleeuwse tekst als de “De jeeste van Walewein en het schaakbord” 1, waarin de onverschrokken ridder Walewein op verzoek van koning Arthur een zwevend schaakbord moet achterhalen.
Voetbal, wielrennen, schaken: dat zijn – naar mijn waarneming – de sporten die je in de Nederlandse literatuur het meest tegenkomt. Wie, zoals ondergetekende, van volleybal houdt en van literatuur en deze twee passies denkt te kunnen verenigen, komt nogal bedrogen uit! Ik heb het laatste halfjaar eens gekeken waar volleybal aan de orde is in de Nederlandstalige literatuur. Twee bevindingen dringen zich op:
Maar niet te snel getreurd. Maar met beter speurwerk vinden we misschien meer, en vooral ook betere teksten. Laten dat de doelstellingen zijn voor deze Boek- en balhoek:
PASSAGES OVER VOLLEYBAL IN DE NEDERLANDSE TALIGE LITERATUUR
Hieronder treft u de verwijzingen naar de tot dusver gevonden passages aan. Even doorklikken om de passage en aanvullende gegevens te lezen.
1 Van Penninc en Pieter Vostaert, gedateerd aan het begin van de 13e eeuw, in 2002 nog eens opnieuw uitgegeven in de editie van G.A. van Es van 1957